Sloopvergunning
Per 1 juli 2010 treedt de Wabo in werking waardoor de sloopvergunningprocedure zal wijzigen en ook meer informatie bij de vergunningaanvraag moet worden verstrekt. Klik hier voor een uitgebreid achtergrondartikel.
Het slopen van bouwwerken is in beginsel vergunningplichtig op grond van de Woningwet. In welke concrete gevallen een vergunning moet worden aangevraagd, is afhankelijk van de Gemeentelijke Bouwverordening. Gemeenten sluiten in hun bouwverordening echter aan bij Model Bouwverordening (MBV) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
In hoofdstuk 8 van de MBV zijn de sloopregels opgenomen. Op grond van artikel 8.1.1v an de MBV is het:
- verboden om te slopen zonder een sloopvergunning;
- met uitzondering van gevallen waarin de vrijkomende hoeveelheid sloopafval minder dan 10m3 bedraagt, tenzij het (mede) asbestsloop betreft.
Of een sloopvergunning noodzakelijk is, hangt dus af van de vrijkomende hoeveelheid sloopafval. Indien het slopen mede betrekking heef op asbest, is overigens vrijwel altijd een sloopvergunning vereist (zie asbestdossier).
De sloopvergunning moet worden aangevraagd bij het College van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente. Vaak is daarvoor een speciaal formulier beschikbaar bij de gemeente. Aan de sloopvergunningkunnen voorschriften worden verbonden inzake:
- de veiligheid tijdens slopen (sloopveiligheidsplan);
- de bescherming van nabijgelegen bouwwerken;
- het scheiden van sloopafval (tenminste in asbest, gevaarlijke afval en overige);
- te verstrekken gegevens voor aanvang van de sloopwerkzaamheden.
In artikel 8.4.1 van de MBV zijn algemene afvalscheidingregels opgenomen die gelden in gevallen waarin geen sloopvergunningvereist is. In die gevallen dient het sloopafval in tenminste de onderstaande fracties te worden gescheiden:
- gevaarlijke afvalstoffen (als bedoeld in de Eural);
- steenachtig sloopafval, zonder inbegrip van gips;
- bitumineuze en teerhoudende dakbedekking;
- met PAKS verontreinigde materialen;
- asfalt;
- dakgrind;
- overig afval.
Vaak worden de bovengenoemde scheidingsverplichtingen ook opgenomen in de sloopvergunning.
De termijn waarbinnen op de vergunningaanvraag dient te worden besloten bedraagt 12 weken na ontvangst. De gemeente mag deze termijn eenmaal ten hoogste 6 weken verlengen. De beslissingstermijn is overigens geen 'fatale termijn' (zoals wel bij de bouwvergunning het geval is) en de vergunning wordt dus niet van rechtswege verleend. Wel kan tegen de termijnoverschrijding beroep worden aangetekend.In de praktijk worden sloopvergunningen overigens vaak sneller dan de wettelijke termijn verleend.
|