Wat moet je doen als tijdens een asbestsanering niet-geïnventariseerd asbest wordt gevonden? Moet je dan een nieuwe sloopmelding doen of alleen een kennisgeving?
Deze vraag speelt al langer binnen de sloop- en asbestverwijderingsbranche. VERAS heeft hiervoor in 2020 al de aandacht gevraagd bij Omgevingsdiensten / OD-NL ( Oproep om overleg Omgevingsdiensten: nieuwe sloopmelding bij niet geïnventariseerd asbest?). Ook in de VERAS inspraakreactie op de wijziging van het Bbl in 2024 is hiervoor aandacht gevraagd ( Inspraakreactie ontwerp wijziging Bal en Bbl inzake puinbreken en asbest en Zienswijze VERAS op ontwerpwijziging Bal en Bbl inzake puinbreken en asbest).
In de praktijk blijkt dat Omgevingsdiensten hier verschillend mee omgaan. Dat zorgt voor onduidelijkheid bij saneerders, slopers, opdrachtgevers én toezichthouders en voor onnodige vertraging.
De achterliggende tijd is deze vraag ook aan de orde geweest in enkele juridische procedures, waaronder bij de Rechtbank Noord-Nederland ( ECLI:NL:RBNNE:2026:2765, Rechtbank Noord-Nederland, 84/201834-25). In deze zaak speelde het volgende. Tijdens een asbestsanering die netjes volgens de regels was gemeld werd niet-geïnventariseerd asbest aangetroffen dat niet in het oorspronkelijke asbestinventarisatierapport behorende bij de sloopmelding stond. Het bevoegd gezag werd hierover door de asbestsaneerder geïnformeerd volgens artikel 7.11, derde lid, van het Bbl en de saneringswerkzaamheden werden conform het reeds ingediende werkplan voortgezet. Dat was onjuist naar het oordeel van de toezichthouder en het Openbaar Ministerie. Volgens het Openbaar Ministerie had een nieuwe sloopmelding volgens artikel 7.10 van het Bbl moeten worden gedaan en had opnieuw de termijn van vier weken moeten worden afgewacht, of in ieder geval een goedkeuring van de Omgevingsdienst.
De Rechtbank oordeelde anders. Volgens de rechter was er in deze situatie geen nieuwe sloopmelding nodig en hoefde daarom ook niet opnieuw de vier weken termijn te worden gewacht. De saneerder had conform het Besluit bouwwerken leefomgeving gehandeld. Het Openbaar Ministerie heeft overigens hoger beroep ingesteld. Ook de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2022 (zaaknummer 202100969/1/A3) al geoordeeld dat op grond van het toenmalige Bouwbesluit 2012 bij het aantreffen van extra asbest er geen nieuwe sloopmelding vereist is, maar dat onmiddellijk een kennisgeving moet worden gedaan bij het bevoegd gezag.
VERAS is blij met de uitspraak van de Rechtbank, die aansluit bij de eerdere stellingname van VERAS dat er geen nieuwe sloopmelding is vereist bij het aantreffen van niet-geïnventariseerd asbest. In het Besluit bouwwerken leefomgeving is immers bepaald dat er dan onmiddellijk een kennisgeving moet worden gedaan aan het bevoegd gezag. VERAS blijft hiervoor ook de aandacht vragen bij de Omgevingsdiensten en in Den Haag.